Vijf bollen roomijs
 
 
Spelmateriaal: Vijf bollen roomijs, een leerrijke en speelse aanzet tot het herkennen van getalbeelden bij kleuters en een eerste stap bij het optellen. Zowel thuis bruikbaar als 
op school.  
Auteurs: Kirsten en Esther Plomp en David Herman
Tekenaar: Kathleen Amant
Uitgeverij: HipHip Speels leren, Baeckens Books NV, Mechelen (www.baeckensbooks.com
Leeftijdscategorie: 3 tot 5 jaar; geschikt voor onze kleuters zodra ze in contact komen met getalbegrip
Richtprijs: 16,95 euro
ISBN: 9789059242234
 
Materiaal:
Dit telspel wordt uitgegeven in boekvorm. De verschillende materialen zitten in een handige uitschuifbare doos, waarbij symbolen aangeven in welke doos de verschillende kaarten thuishoren. Die kaarten zijn stevig. 
De handleiding is praktisch, met nuttige tips voor de begeleider vind je op de eerste bladzijde van het boek op de linkerflap. Je kunt de regels als begeleider eerst eens doornemen of het spel samen met je kind spelenderwijs verkennen. 
 
Spelverloop:
Dit spel kent tien verschillende spelvormen, waarbij telkens het specifieke doel wordt vermeld. Dit geeft je als begeleider de mogelijkheid om de kinderen uit te dagen in hun ontwikkeling of een specifiek spel te kiezen voor degenen die dit doel nog niet verworven hebben.
 
Bespreking:
Bij de tips voor de begeleiders merken de auteurs op dat het belangrijk is de kinderen aan te moedigen om zoveel mogelijk de verschillende wiskundige begrippen te verwoorden. Zo worden deze begrippen voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong snel een evidentie. Eens ze deze begrippen verworven hebben, kunnen ze ze ook snel toepassen in het dagelijkse leven en in de juiste context. Een missertje zal met een knipoog of een “oeps” weggelachen worden.   
Het is belangrijk dat kinderen de waarde van getallen leren hanteren en niet zo maar een getallenrij opzeggen. Daar wordt ook in dit spel aandacht aan besteed. 
Bij spel 1 kunnen kinderen met een voorsprong leren omgaan met beperkingen. Daar waar ze misschien goed weten dat ze een 3 kunnen opsplitsen in 1 en 2 of 3 keer 1, mogen ze dit in dit spel niet doen. Dit kan je aan de ene kant zien als een gemiste kans om te verrijken, maar aan de andere kant ook als het leren omgaan met regels en afspraken waar een beperking aan gekoppeld wordt. Voor kleuters met een cognitieve onwtikkelingsvoorsprong kan dit een uitdaging worden op vlak van omgaan met de eigen persoonlijkheid: deze keer mag ik het spel niet ombuigen naar mijn eigen voordeel. Bij de tweede spelvorm is men dan wel verplicht om samengestelde getallen te gebruiken. 
 
Er wordt ook gewerkt met speluitdagende variaties, dankzij de kaarten met de ijsschep, het hoorntje, de hagelslag en de slagroom. De ene keer brengen ze geluk, de andere keer niet. 
 
Het enige minpunt is voor ons dat we op een aantal tekortkomingen zijn gebotst in de speluitleg. Zo wordt in spel 1 niet vermeld hoeveel ijsbollen er zijn of waar ze liggen, of of ze met het getalbeeld naar boven of beneden moeten liggen. Als je om het snelst speelt, en je mag getallen combineren, zijn er niet altijd genoeg bolletjes ijs opdat iedereen zijn/haar kaart kan volleggen. 
 
Bij spel 7 wordt gebruik gemaakt van woorden op de achterkant van de ijskar. Het zou een meerwaarde zijn om die woorden visueel te ondersteunen, zodat er een integratie gemaakt kan worden naar het eerste leerjaar. Bij spel 8 is een zandloper nodig, maar die wordt niet meegeleverd, hoewel er wel plaats voor zou zijn tussen de twee doosjes waar de kaarten in zitten. Een inbegrepen zandloper zou kinderen de kans geven om dit spel zelfstandig te spelen. We kunnen weliswaar ook het creatief denken stimuleren en kleuters zelf een oplossing laten zoeken bij dit obstakel. 
 
Het was ook nuttig geweest als er tips waren opgenomen rond winnen en verliezen, want in de spelletjes die draaien rond snelheid komt dit zeker aan bod. Hoe reageren oudere kleuters hierop? 
 
 
Hoe reageerde ons testpubliek?
Een reactie: “Ik genoot van het spelen met de kommetjes en vulde ze met ijsjes. Het spel, daar was ik nog niet aan toe.”
 
Besluit:
Op speelse wijze worden kleuters uitgenodigd om bewust of onbewust om te gaan met getallen. Naast het ontdekken van de ‘waarde van getallen’ verrijken ze taal, snelheid en sociale vaardigheden.
Hier en daar zijn er helaas enkele obstakels of gemiste kansen. Misschien is men iets te veel op zoek gegaan naar een veelheid aan spelmogelijkheden, die elk op zich oké zijn, maar onvoldoende uitdagend zijn voor onze kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong.