Naam van het materiaal: Nik-nak verhalenboekjes

Leeftijdscategorie: kleuters en lagere school

Te verkrijgen: www.nik-nak.eu

Richtprijs: varieert van boekje tot boekje vanaf 8 euro

 

Materiaal:

Kleurrijke, originele kinderboeken nodigen ons uit om kennis te maken met maar liefst 23 verschillende talen in combinatie met het Nederlands. Er zijn boekjes voor zowel kleuters als lagereschoolkinderen.

Zowel gewone verhalenboeken als themaboeken zijn verkrijgbaar.

De boekjes zijn eerder klein van formaat en zijn niet al te dik. De voorkaften zijn kleurrijk en aantrekkelijk. Ook de illustraties in het boek zijn attractief. De verhalen zijn grappig opgesteld. Al die factoren zorgen ervoor dat de leesdrempel duidelijk verlaagd wordt.

 

Organisatie:

“In een land waar er een stijging is naar mondiale vorming en een verscheidenheid van culturen heerst, zijn eenvoudige verhalen in combinatie met het Nederlands een meerwaarde voor groot en klein.

Meer dan één taal kennen is een troef. Het helpt kinderen om zich thuis te voelen in een heel diverse wereld.” (bron: website www.nik-nak.eu )

 

Bespreking:

Nik-nak® is een merknaam van de Belgische vzw Herkes. “Herkes” is het Turkse woord voor “iedereen”.

Inderdaad, iedereen kan zich aangesproken voelen door de boekjes van Nik-nak. Zelfs de allerkleinsten!

Voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafde kinderen vormen de boekjes zeker een meerwaarde. Niet zelden zijn die kinderen taalvaardig en worden ze geprikkeld door andere talen. Sommigen kijken er zelfs naar uit om een nieuwe taal te leren.                                                                                                           

Via de Nik-nak boekjes kunnen ouders gestimuleerd worden om verhalen aan hun kinderen voor te lezen zowel in het Nederlands als in een andere taal (mogelijk de eigen moedertaal). We probeerden het uit bij kleuters van verschillende leeftijden en stellen vast dat die vaak heel spontaan woorden in de andere taal herhalen. Nadat het boekje in de loop van de week verschillende keren wordt voorgelezen, herhalen kleuters al gemakkelijk kleine zinnetjes. 

De boeken werden ook getest bij hoogbegaafde kinderen waarvan beide ouders een andere taal spreken. Hierbij merkten we een grote opluchting bij zowel ouders als kinderen: eindelijk kunnen beide ouders eens hetzelfde verhaal vertellen aan hun kind. Ook oudere broers of zussen vonden het fijn om voor te lezen (vaak in beide talen).

 

Reacties van de kinderen:

“Joepie, nu kan papa ook eens voorlezen.”

“Nu kennen mama én papa alle twee het verhaal.”

“Hé, ik heb nu plots twee ouders die mij in hun eigen taal kunnen voorlezen.”

“Amai, mijn grote zus kan dat verhaal in twee talen voorlezen.”

 

Uiteraard zijn de Nik-nak boekjes ook inzetbaar in de klas.

We hebben dit uitgeprobeerd in diverse klasgroepen, zowel met enkele groepjes kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong als groepjes lagereschoolkinderen.

Een verhaal in een andere taal voorlezen, vinden ze bijzonder boeiend. Met ondersteuning van prenten, foto’s en gebaren proberen ze het verhaal te begrijpen in die taal. Meestal verloopt dit vrij vlot. Het verhaal is vaak de start van verdere spontane gesprekken rond het onderwerp.

Ook in meertalige klassen werden de boekjes voorgelezen, maar dan wel in beide talen.  Hier zien we vooral een win-winsituatie: Nederlandstalige kinderen kunnen via de verhalen in contact komen met andere talen en anderstaligen kunnen via deze boekjes het Nederlands leren. Kinderen leren aan elkaar hun moedertaal te ontdekken en te begrijpen. Vooral de spontane manier waarop dat bij jonge kinderen gebeurt, valt toe te juichen.

Oudere (begaafde) kinderen waren zelfs al in staat om de boekjes in hun taal aan elkaar voor te lezen.

Een mogelijkheid bestaat om eens anderstalige ouders uit te nodigen om samen met de juf een verhaal in de klas voor te lezen. Op die manier hoort bijna ieder kind zijn moedertaal en   kunnen kinderen de inhoud van het verhaal beter begrijpen. Verbanden tussen de eigen taal en het Nederlands kunnen sneller gelegd worden.

Na het voorlezen van de verhalen gingen de kinderen in groepjes aan de slag om rond het onderwerp of thema te knutselen en creatief bezig te zijn. Ook dan gebruikten de kinderen woorden of zinnen uit elkaars taal.

Reacties van de kinderen:

“De juf las in een andere taal. Dat was raar. Maar ik verstond het toch doordat ze foto’s en prenten toonde in het boek.”

“Aïsha haar mama las in het Arabisch, Raoul zijn papa in het Frans en de juf gewoon. Zo begreep iedereen het verhaal.”

“Leuk! Mijn vriend vertelde mij het verhaal in zijn taal en ik las het voor in het Nederlands. Zo begrepen we alle twee waarover het ging. Soms probeerde ik een zin te herhalen in zijn taal, maar dat was niet altijd even gemakkelijk. We hebben in ieder geval veel gelachen én … bijgeleerd.”

“Yes, ik kan nu al wat Engelse woorden en zinnen!”

 

Eindbesluit:

De boekjes zijn ontworpen om een link te leggen tussen de eigen moedertaal en het Nederlands. Door hun speelse opvatting, kleurrijke illustraties en eenvoudige zinsconstructie bieden ze jonge kinderen de mogelijkheid spontaan in contact te komen met diversiteit in onze multiculturele samenleving.

Voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong en voor hoogbegaafde lagereschoolkinderen vormen ze zeker een meerwaarde om in contact te komen met andere talen.

 

Werkgroep didactiek Bekina